| 1. Een historiek in looppas
Maart 1973: Jef Mergaert, priester van het bisdom Brugge, keert terug uit Kisangani, Congo, waar hij naar Romeins en Chinees voorbeeld muurkranten maakte. Deze affiches waren voornamelijk op jongeren gericht en waren opgevat als een modern instrument van en tot geloofsverspreiding. Mgr. De Smedt, bisschop van Brugge, (die van nieuwigheden hield) vroeg hem om een dergelijk initiatief in Vlaanderen uit te bouwen.
September 1973: start van Uitgeverij Muurkranten vzw, met 3 affiches per maand. De geloofskrant stond aanvankelijk onder redactie van Herman Boon, die later werd opgevolgd door Mark Van De Voorde. Eigentijdse Jeugd verzorgde van de eerste dag de jeugdkrant. Het UM-redactieteam ontwierp de actueelkrant. Het opzet is duidelijk: korte treffende teksten met een sprekend beeld, gevat in een originele lay-out. Heel snel volgen er uitgaven van tekst- en wenskaarten, posters en boekjes. De UM-producten worden onmiddellijk enthousiast onthaald. Uitgeverij Muurkranten bouwt in korte tijd een hele schare trouwe klanten op.
Bijzondere uitgaven uit de jaren tachtig zijn de bezinningskaartjes voor advent, Kerst, vasten en Pasen. De teksten van pater Frans Weerts, passionist, en Mgr. Laridon, Brugge, worden door een breed publiek erg gewaardeerd. Ook de teksten van Julien van Remoortere en Jan Ulens in o.a. de wenskaarten voor schoolverlaters en de -Studeren is- bladwijzers zijn UM-evergreens. De alom vertrouwde -UM-werkjaarkalender- is een blijvend succes.
In de jaren negentig gaat veel aandacht naar kalligrafie. De mooiste creatie -Jezuswoorden- wordt gerealiseerd in samenwerking met Brody Neuenschwander, in 3 verschillende uitgaven.
In 2001 koopt Uitgeverij Muurkranten, op voorstel van kanunnik Filip Debruyne, vicaris van het Bisdom Brugge, een stijlvol, zeventiende eeuws Brugs huis en maakt er Manna Kunsthuis van. Momenteel loopt de twaalfde tentoonstelling met werk van 7 kunstenaars uit binnen- en buitenland. Het huis is alle weekdagen open van 14 tot 18 uur. Een groep ervaren vrijwillig(st)ers staan in voor een gastvrij onthaal.
Uitgeverij Muurkranten telt 10 vaste medewerkers. Erika Nechelput en Ludwig Vanderbeke vormen het directieteam. Jef Mergaert is voorzitter van de raad van bestuur.
Auteurs die momenteel meewerken en die we heel dankbaar zijn om hun bijdrage zijn Kris Gelaude, Kathleen Boedt, Colet Janssen, Ruth Uytterhoeven, Marinus van den Berg, Valeer Deschacht, Antoon Vandeputte en Mark Van De Voorde.
Drukkerij Die Keure uit Brugge en andere kwaliteitsdrukkerijen uit de omgeveing verzorgen het drukwerk.
2. Vraag en antwoord over Uitgeverij Muurkranten
Wat is het maatschappelijke doel van Uitgeverij Muurkranten?
Um brengt langs grafische weg een inspirerende boodschap over de dingen van het leven. Vanuit een gelovige visie worden beeld en tekst vervlochten tot affiches, kaarten, boekjes, posters. In de loop van de jaren werd een eigen stijl ontwikkeld waarbij kwaliteit primeert. De uitgaven variëren van luimig tot ernstig; sensatie en/of excentriciteit worden echter geschuwd. Door die resolute keuze voor dit soort uitgaven gedrukt volgens de meest recente technieken heeft Uitgeverij Muurkranten een eigen imago opgebouwd van degelijkheid en kwaliteit.
Wat is de reikwijdte anno 2005?
De 3 muurkranten verschijnen 7 keer per jaar: de Jeugdkrant op een oplage van 1000 exemplaren, de Actueelkrant en de Geloofskrant allebei op 1200 exemplaren. De affiches worden over alle Vlaamse bisdommen verspreid; Um is nadrukkelijk aanwezig in scholen van het vrije net, kerken, katholieke ziekenhuizen en woon- en zorgcentra. De hoofdbrok van de verspreiding wordt via rechtstreekse verkoop gerealiseerd: langs posterbeurzen, mailings met voordeelpakketten en de webstek. Daarnaast is het aanbod ook in een 8-tal winkels in Vlaanderen verkrijgbaar.
Met welke problemen wordt een organisatie zoals UM geconfronteerd?
Onze grootste bekommernis is de creativiteit: steeds opnieuw moeten er nieuwe producten op de markt komen. Alles moet kloppen: de tekst, het beeld, de lay-out. Dat brengt druk en stress met zich mee, vooral nu wanneer de levenscyclus van een uitgave steeds korter wordt. Daarnaast moeten we laveren tussen - soms opboksen tegen - de initiatieven en themata van andere organisaties om onze eigen aandachtspunten aan de man te brengen. Dit is een vrijwillige maar daarom niet altijd gemakkelijke keuze: UM wordt niet structureel ondersteund door een of andere (kerkelijke) instantie en is volledig selfsupporting. Met 10 personen in vaste dienst moet er voldoende omzet gemaakt worden. Daarom verkopen wij onze creaties aan de geldende marktprijzen. UM is echter geen -commercie- in die zin dat alle uitgaven naar eigen inspiratie en smaak in huis gemaakt worden en niet dat er aangekocht en met winst doorverkocht wordt. Door op deze manier te werken kunnen we ons bepaalde uitgaven veroorloven (zoals de bezinningskaarten voor Kerstmis en Pasen en de muurkranten) die puur commercieel gezien niet haalbaar zouden zijn. Tenslotte dient er ook rekening gehouden te worden met de kieskeurigheid en kritische zin van de klanten, ook en vooral van de afnemers van de puur religieuze uitgaven. Een muurkrant moet degene die hem ophangt aanspreken, anders blijft hij liggen. Tekst en beeld moeten verstaanbaar zijn voor een groot publiek van vandaag, zonder al te vaag of te algemeen te worden. Dat blijft een voortdurende evenwichtsoefening.
Hoe stelt de jongste tak van UM, Manna Kunsthuis, het?
Intussen zijn er al 23 tentoonstellingen achter de rug met telkens 6 tot 7 kunstenaars. Manna trekt zowel Vlaamse als buitenlandse bezoekers aan, die door een schare intussen geroutineerde vrijwilligers ontvangen worden. Zowel het huis zelf als de tentoonstelling lokken enthousiaste reacties uit. Het kaartenaanbod werd sinds vorig jaar gevoelig uitgebreid. Gastvrijheid en toegankelijkheid blijven de sleutelbegrippen: iedereen is van maandag tot zaterdag welkom om even te verpozen en op adem te komen. Ludwig Vanderbeke leidt het project in goede banen.
Wat zijn de belangrijkste veranderingen sinds het prille begin?
Er is heel veel veranderd. Mensen zijn nog steeds op zoek naar pittige dingen, originaliteit, een zekere houvast maar hebben intussen veel gezien, een kritische smaak opgebouwd. Ze zijn niet meer tevreden met zomaar een tekstje of een mooi plaatje. Men verwacht ook materiaal van hoge kwaliteit voor een scherpe prijs. De zoektocht naar beelden en teksten die vandaag aanspreken is nooit gedaan.
3. Dagboeknotities
Wij leven in een maatschappij die voordien nooit bestaan heeft,
met een zeer hoog percentage welvarende mensen.
Vrije mensen ook, die (dankzij de televisie vooral) niet meer onwetend zijn.
50 jaar geleden wisten de mensen van niets, nu weten de mensen van alles.
De Kerk heeft een lange traditie van bloei en succes in mindere omstandigheden,
of alleszins in samenlevingen die minder gestructureerd en uitgebouwd zijn dan onze huidige maatschappij.
In Afrika, Zuid-Amerika en Zuid-Azie doet de Kerk het goed tot zeer goed.
Een ding is duidelijk: de methodes van vroeger en elders slaan hier niet meer aan.
Hoe nog gehoord worden in een oceaan van woorden die ons overspoelt?
Hoe nog overtuigen in een vloedgolf van meningen die op ons afkomen?
Waar is er nog stilte en rust genoeg om tot jezelf te komen in onze opgejaagde maatschappij?
Waar zijn de mensen die aan deze maatschappij leiding en richting kunnen geven?
Dat zal tijd vragen, veel tijd, ook in de Kerk.
Het Evangelie en de Kerk prediken een ideaal:
bemin God bovenal en bemin je naaste als jezelf.
Zelfs de heiligste heilige heeft of zal nooit kunnen zeggen: daar ben ik nu klaar mee.
Geloven is zich op weg begeven naar dit ideaal.
En sommigen liggen voor, ver voor,
terwijl er anderen zijn die achterkomen, ver achter.
En het zou al een zeer aantrekkelijke getuigenis zijn als die mensen onderweg
begrijpend, vriendelijk en behulpzaam zouden zijn voor elkaar.
En ja, het heeft zin een onbereikbaar ideaal te blijven verkondigen:
het houdt een mens recht, het helpt een mens weer recht,
het nodigt mensen uit om het niet op te geven en verder te gaan.
Zou het niet goed zijn dat wij dat wat meer zeggen?
God gaat in mensen naar mensen.
Op een dag heeft God beslist ( bij manier van spreken): Ik doe het met mensen.
Ik breng Mijn Boodschap aan de mensen via mensen.
Hij had het ook anders kunnen doen.
Over Abraham en Mozes en David en Jezus-Christus en dan de Kerk
brengt Hij Zijn verhaal over leven en dood.
Dat Hij het met mensen doet wil zeggen
dat er, bij al wat er gedaan wordt, een lichtkant en een schaduwkant zal zijn,
soms meer licht, soms meer schaduw.
Zo is de mens nu eenmaal.
Al is iedereen door Gods Woord geinspireerd en gedreven door Gods Geest, het zal altijd mensenwerk blijven.
En dat is er ook goed aan te zien, maar Hij heeft het zo gewild.
Het is telkens verrassend te ervaren hoe scherp niet-gelovigen reageren
tegen de richtlijnen vanuit Rome.
Zou het niet goed zijn dat wij regelmatig zeggen:
die instructies van Rome richten zich enkel tot de gelovigen binnen de Kerk.
Dat zou het discussieveld al zeer beperken. Discussies binnen de Kerk
zouden dan ook veel normaler en aannemelijker klinken.
Natuurlijk heeft Rome de status van wereldgeweten, maar in de delicate levensvragen
van vandaag is de afstand tussen gelovigen en niet-gelovigen erg groot.
Het zou goed zijn als wij gelovigen aan niet-gelovigen zeggen
dat wij heel goed begrijpen dat zij er andere meningen op na houden over de
dingen van het leven.
Vanuit ons geloof krijgt de mens een uitzonderlijke waardigheid en voorbestemming:
hij is door God zelf gekend en bemind en bestemd om met Hem eeuwigheid
te vieren in zijn paradijs. Dat is niet niets.
Net dit verschil in vertrekpunt zorgt ervoor dat gelovigen tot heel andere
antwoorden komen op de grote levensvragen.
Als wij dat regelmatig herhalen kan de dialoog op een opener en meer
ontspannen manier gevoerd worden.
Daarbij een kanttekening:
nogal wat ongelovigen zijn niet zo ongelovig als ze wel zeggen
en heel wat gelovigen niet zo gelovig als ze wel denken.
Er zijn vandaag veel zoekende mensen.
Er is nog veel echt christelijk geloof, ook bij mensen die zeggen dat ze niet meer geloven.
Er zijn nog heel veel mensen die bidden, vooral dan in de moeilijke momenten van het leven.
(Een kaars aansteken ergens in een kerk is ook bidden).
Maar de vormen van geloven zijn niet meer zo kerkelijk als de Kerk dat zou willen.
In 50 jaar tijd zijn wij in een totaal nieuwe maatschappij gekomen,
een samenleving gekenmerkt door een algemene welstand met grote vrijheid
en ontwikkeling.
We zijn niet meer de mensen van vijftig jaar geleden.
En laat het ons maar toegeven: de Boven-Kerk zet maar met heel veel
vertraging en aarzeling de stap van de oude maatschappij naar de nieuwe.
Maar het komt wel goed, met heel veel gelovig geduld, van de Beneden-Kerk vooral!
Er is iets gaande in de Beneden-Kerk.
De Boven-Kerk komt wat nukkig en stug over,
maar blijkbaar deert dat de Beneden-Kerk helemaal niet.
Die zit vol leven, op vele plaatsen,
met heel veel energie en inspiratie,
met heel veel vrijwillige inzet en een grote openheid.
Er is wat gaande in de Beneden-Kerk!
Zo zagen wij onlangs nog de zondagse Eucharistieviering op televisie
vanuit Haren, Brussel, met een stevige voorganger pastoor Lenaerts, met
veel nieuwe teksten en liederen (o.a. van Kris Gelaude), alles mooi in
beeld gebracht door Marc Roseeuw en zijn equipe. Zeer nieuw en zeer mooi.
De spanning tussen de Boven-Kerk en de Beneden-Kerk werkt trouwens
meestal niet onheilzaam.
Het spoort aan tot creativiteit en inzet.
Niets is vervelender dan een sympathieke baas.
Het is goed mogelijk dat de Heer, aan de Poort van Zijn Paradijs, ons zal zeggen:
Ik had honger naar een overtuigende, gelovige zingeving van het leven, en
gij hebt mij die niet gegeven.
Ik had dorst naar een aanstekelijk ideaal voor de mensenmaatschappij
van vandaag, en gij zijt niet creatief genoeg geweest om die aan te
brengen.
Ik zat gevangen in de vele onzekerheden en twijfels van onze tijd, en gij
hebt mij geen bevrijdende woorden toegesproken.
|